Rb. 's-Gravenhage 13 oktober 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO4606

X BV en de met haar fiscaal gevoegde dochtermaatschappijen exploiteerden in het jaar 2004 onroerende zaken in het Verenigd Koninkrijk. In het jaar 2004 is de aandeelhouder van X gewijzigd. Met haar activiteiten in het Verenigd Koninkrijk heeft zij in dat jaar een verlies behaald. Verweerder heeft een beschikking in te halen verlies uit buitenlandse activiteiten voor het jaar 2004 vastgesteld. Hierbij heeft hij de stallingswinst van X van het jaar 2003 buiten beschouwing gelaten. In geschil is of het door eiseres in te halen verlies uit buitenlandse activiteiten op het juiste bedrag is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat artikel 46 van het Bvdb in het onderhavige geval in beginsel van toepassing is. De toepassing van artikel 46 van het Bvdb dient echter volgens de rechtbank als strijdig met het bepaalde in de artikelen 7, en met name 22, tweede lid, letter b, van het belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk achterwege te blijven. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen