Rb. 's-Gravenhage 15 september 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO3027
Vakantieverlof bij ziekte. Beroep op het arrest van het Hof van Justitie van de EG d.d. 20 januari 2009, inzake Schultz-Hoff en Stringer. Eiseres was in de periode van 19 mei tot en met 8 juni 2008 gedeeltelijk arbeidsgeschikt. Zij heeft in deze periode dertig uren vakantieverlof opgenomen op de dagen dat zij arbeidsgeschikt was. De overige dagen was zij ziek en had zij ziekteverlof. Op die dagen kon eiseres dan ook geen vakantieverlof opnemen. Gelet op het verschil tussen het doel van vakantie- en ziekteverlof, zoals hierboven onder 6 beschreven, kunnen deze dertig uren vakantieverlof niet tezamen met het ziekteverlof worden aaneengeregen tot een periode van drie weken vakantieverlof. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres in het jaar 2008 veertig uren vakantieverlof genoten en daarmee is niet voldaan aan de minimumaanspraak van vier weken vakantieverlof, hetgeen voor eiseres immers neer komt op 96 uren. Het beroep is op dit punt dan ook gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl