Rb. 's-Gravenhage 14 oktober 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0440
Rustenburgerbrug. Partijen verschillen van mening over de vraag of ProRail met de door haar op 1 januari 2010 opgeleverde brug een ‘definitieve ontsluiting’ van de percelen van [A] cs heeft gerealiseerd. Beoordeeld moet worden wat de omvang is van de zakelijke rechten van [A] cs met betrekking tot de toegang tot hun percelen en op welke wijze ProRail [A] cs door een ‘definitieve ontsluiting’ in staat dient te stellen die zakelijke rechten uit te oefenen. Daarbij dient de vraag beantwoord te worden of het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 13 januari 2005 door [A] cs nog ten uitvoer mag worden gelegd. Naar voorlopig oordeel heeft ProRail voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een definitieve ontsluiting van de percelen van [A] cs heeft gerealiseerd. Dit brengt met zich dat de voorlopige voorzieningen zoals opgelegd door de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht van 13 januari 2005 hun werking hebben verloren, zodat ProRail niet langer gehouden is een pontonbrug te huren en bedieningsgeld te voldoen. [A] cs zijn derhalve niet langer gerechtigd het genoemde vonnis te executeren.
De uitspraak op rechtspraak.nl