Rb. 's-Gravenhage 28 april 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO0283

Eiseres is opgericht door X en Y. Zij zijn in het bezit van respectievelijk 95,5% en 4,5% van de stembewijzen in eiseres. Eiseres oefent een las- en pijpfittingsbedrijf uit. De onderneming wordt rechtstreeks voor rekening en risico van eiseres uitgeoefend. Aan de leden is door eiseres een arbeidsbeloning toegekend naar rato van het aantal door hen gewerkte uren. In het onderhavige jaar heeft eiseres daarnaast een bedrag van € 24.000 als winst uitgekeerd aan X. In geschil is of de uitkering in aftrek kan worden gebracht op de winst van eiseres. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat nu vaststaat dat de leden van eiseres – behoudens de in dienstverband verrichte arbeid – geen prestaties jegens haar hebben verricht, en eiseres evenmin prestaties heeft verricht jegens haar leden, niet is voldaan aan de in artikel 9, eerste lid, onderdeel g en tweede lid, van de Wet Vpb 1969 gestelde voorwaarden voor aftrek van een uitkering van winst aan haar leden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiseres aan haar leden reeds een arbeidsbeloning heeft toegekend naar rato van het aantal door hen gewerkte uren. Deze arbeidsbeloning kan derhalve niet als een prestatie door de leden als bedoeld in artikel 9 Wet Vpb 1969 worden beschouwd. De verzuimboete is terecht aan eiseres opgelegd. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen