Rb. 's-Gravenhage 22 september 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN9575

Bevoegdheidsincident. Engelse gedaagde. Eiser stelt dat sprake is van een overeenkomst van geldlening. Gedaagde betwist dat. Voor de beoordeling van de bevoegdheid wordt uitgegaan van de stelling van eiser. Artikel 5 lid 1 sub a EEX-verordening moet worden toegepast. Daarvoor moet eerst worden vastgesteld welk recht op de overeenkomst van toepassing is volgens artikel 4 EVO. De karakteristieke prestatie wordt geleverd door de uitlener, zodat Nederlands recht van toepassing is daar de schuldeiser in Nederland woont. Volgens Nederlands recht moet terugbetaling van de geldlening geschieden aan de woonplaats van de schuldeiser. Dat betekent dat Nederland het land is waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, moet worden uitgevoerd. De Nederlandse rechter is bevoegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen