Rb. 's-Gravenhage 19 augustus 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN7666
Belasting zware motorrijtuigen. Eiseres ontvangt in korte tijd 74 naheffingsaanslagen BZM van 8 euro met telkens een verzuimboete van 136 euro. De omstandigheid dat de naheffingsaanslagen telkens ongeveer drie maanden na de constatering van het verzuim zijn opgelegd levert geen avas op. De BZM is een belasting die eiseres op eigen initiatief dient aan te geven en te betalen. Eiseres is dus zelf verantwoordelijk voor de betaling van de BZM. Die verantwoordelijkheid vervalt niet door de omstandigheid dat verweerder eiseres pas na enige tijd, in de vorm van naheffingsaanslagen, op de hoogte stelt van de geconstateerde betalingsverzuimen. Bij de vraag of de boetes passend en geboden neemt de rechtbank enerzijds in aanmerking dat de relatief hoege boete is gerechtvaardigd om nakoming van de betalingsverplichting af te dwingen en dat eiseres door niet-betaling een ongeoorloofd concurrentievoordeel behaalt. Daar staat tegenover de aard en ernst van de verzuimen, het grote aantal en het totale bedrag van de boetes (10.064 euro), de omstandigheid dat eiseres is overgegaan naar een betaling van BZM per dag mede vanwege de economische crisis, als gevolg waarvan een aanzienlijk deel van eiseres' wagenpark voor kortere of langere tijd buiten gebruik was en het feit dat eiseres naar aanleiding van de onderhavige 74 naheffingsaanslagen en boetes besloten voor alle vrachtwagens het volledige tarief per maand (voor de resterende maanden in 2009) respectievelijk per jaar (voor 2010) te betalen. Dit alles tegen elkaar afwegend acht de rechtbank een totale boete van € 7.400, dat is € 100 per verzuim, passend en geboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl