Rb. 's-Gravenhage 26 augustus 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6260

Competentie bij de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis na een in beroep gegeven beschikking van het hof tot schorsing van de voorlopige hechtenis, rechtbank of hof? De rechtbank heeft de gevangenhouding bevolen en een verzoek tot schorsing afgewezen. Verdachte is daartegen in hoger beroep gegaan bij het hof en de raadkamer van het hof heeft de voorlopige hechtenis geschorst. Na enige tijd vordert het OM de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wegens overtreding van de schorsingsvoorwaarden. Wie is tot behandeling van die vordering bevoegd, de rechtbank of het hof? In casu acht de raadkamer van de rechtbank zich te dezen bevoegd. Zie ook Hof Amsterdam, 13 februari 2008, LJN: BD0206 en Melai/Groenhuijsen, aant. 4 onder artikel 82 Sv. Zie anders: Hof 's-Gravenhage, 30 augustus 2001, Nieuwsbrief Strafrecht 2001, 239.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen