Rb. 's-Gravenhage 18 juni 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6222

Eiser van Turkse nationaliteit is verantwoordelijk voor de onjuiste informatie die is verstrekt ten tijde van zijn vergunningverlening. De overgelegde TWV is niet afgegeven aan Cinar International Transport B.V. waarmee eiser aldaar arbeid zou kunnen verrichten als internationaal chauffeur. Gelet op B1/5.3.3 Vc 2000 is niet van belang of de onjuiste informatie door de vreemdeling zelf of door een derde (zijn vorige werkgever) is verstrekt. Sinds de verlening aan eiser van de verblijfsvergunning zijn nog geen twaalf jaren verstreken. Verweerder heeft de aanvraag op goede gronden met terugwerkende kracht per 8 maart 2005 ingetrokken. Met de intrekking van de verblijfsvergunning is achteraf niet vastgesteld dat de positie van eiser op de arbeidsmarkt stabiel en niet-voorlopig is en daarmee kan de arbeid niet aangemerkt worden als legale arbeid in de zin van art. 6 Besluit 1/80. De arbeid verricht in de periode 1 maart 2003 tot 1 maart 2004 is weliswaar wel verricht op basis van een geldige TWV, doch de arbeidsovereenkomst is niet gemeld bij de belastingdienst en vereiste premies sociale verzekering zijn niet afgedragen. Gelet op jurisprudentie van het HvJ EU o.a. Güzeli («JV» 2007/1 r.o. 32 en 33) kan de arbeid niet worden aangemerkt als legale arbeid in de zin van art. 6 Besluit 1/80. Zie ook AbRS 16 juli 2008 («JV» 2009/3). De arbeid na maart 2004 is verricht op basis van een TWV die niet rechtmatig was afgegeven. Ook deze arbeid is niet legaal in de zin van art. 6 Besluit 1/80. Ten aanzien van de prejudiciële vragen die door VK Roermond («JV» 2008/23) en de Afdeling («JV» 2010/217) zijn gesteld aan het HvJ EU overweegt de rechtbank dat aangezien het in het onderhavige geval gaat om frauduleus handelen van eisers werkgever, zowel wat betreft het niet melden van de eerste arbeidsovereenkomst bij de belastingdienst en het niet afdragen van premies sociale verzekeringen als wat betreft het niet rechtmatig gebruikmaken van de TWV, de antwoorden op die vragen om die reden niet relevant zijn voor de onderhavige zaak. De standstill-bepaling van art. 13 Besluit 1/80 kan alleen aan een Turks onderdaan ten goede komen indien zijn verblijf en arbeid hier te lande legaal zijn. Hiervan is geen sprake. De rechtbank komt aldus niet toe aan de vraag of sprake is van strijdigheid met de standstill-bepaling. Eisers situatie is niet vergelijkbaar met de situatie in het arrest Soysal («JV» 2009/144) omdat eiser niet werkzaam is voor een in Turkije gevestigde onderneming die grensoverschrijdende diensten verricht. Dat hij zelf als dienstverlener dient te worden aangemerkt is niet aangetoond. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen