Rb. 's-Gravenhage 18 augustus 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BN5001
Gevoegde zaken van opstalhouders tegen het Hoogheemraadschap van Rijnland. In de zaak met zaaknummer 292877 vorderen de opstalhouders in conventie verklaringen voor recht dat het gewijzigd retributiebeleid van HHR in strijd is met de oude algemene voorwaaren, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze vorderingen wijst de rechtbank af, behoudens de door het HHR doorgevoerde 5-jaarlijkse herziening van de retributie op basis van de WOZ-waarde. In reconventie vordert HHR dat hij zijn nieuwe beleid mag doorvoeren en dat hij de nieuwe algemene voorwaarden mag toepassen. De rechtbank wijst de vordering deels toe. Met betrekking tot de algemene voorwaarden verklaart de rechtbank een deel nietig en vernietigt zij een deel. In de zaak met zaaknummer 298592 vorderen de opstalhouders verlenging van hun opstalrechten op basis van de algemene voorwaarden 1970. De rechtbank wijst de vordering af. In de zaak met zaaknummer 312579 doen de opstalhouders een beroep op een aanbod zoals verwoord in de algemene voorwaarden 2000. Zij willen dit aanbod alsnog aanvaarden en onder het regime van de algemene voorwaarden 2000 hun opstalrechten verlengen. De rechtbank wijst de vordering af.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 162 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 84 Wschw
- Artikel 5:87 BW5
- Artikel 5:88 BW5
- Artikel 5:91 BW5
- Artikel 5:93 BW5
- Artikel 5:99 BW5
- Artikel 5:104 BW5
- Artikel 6:83 BW6
- Artikel 6:217 BW6
- Artikel 6:219 BW6
- Artikel 6:221 BW6
- Artikel 6:236 BW6
- Artikel 6:237 BW6
- Artikel 6:238 BW6
- Artikel 6:246 BW6
- Artikel 3:41 BW3
- Artikel 3:83 BW3
- Artikel 3:98 BW3
- Artikel 3:305a BW3