Rb. 's-Gravenhage 19 mei 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6959
Omzetbelasting. Fiscale eenheid. Bij ambtshalve gegeven beschikking heeft de inspecteur eiser tezamen met drie rechtspersonen aangemerkt als een fiscale eenheid. Bij uitspraak op bezwaar is de beschikking aldus gewijzigd dat de fiscale eenheid uitsluitend bestaat uit eiser en Y BV, één van de drie genoemde rechtspersonen. De inspecteur was niet gehouden bij de uitspraak op bezwaar de beschikking te vernietigen en vervolgens een nieuwe beschikking fiscale eenheid af te geven. Hij kon volstaan met wijziging van de beschikking fiscale eenheid op de wijze als hij heeft gedaan. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat de onder de naam X uitgeoefende bedrijfsactiviteiten feitelijk werden verricht door eiser en dat de resultaten van X ten laste c.q. ten bate van eiser zijn gekomen. Eiser is derhalve ondernemer in de zin van de omzetbelasting. Ook is voldaan aan de vereisten van financiële, organisatorische en economische verwevenheid. De rechtbank verwerpt eisers standpunt dat de beschikking moet worden vernietigd, omdat deze slechts is afgegeven om eiser aansprakelijk te kunnen stellen voor belastingschulden van Y BV als onderdeel van de fiscale eenheid, en het instituut van de fiscale eenheid niet daarvoor, maar slechts voor administratieve vereenvoudiging is bedoeld. De tekst noch de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 7 van de Wet OB 1968 noch artikel 4 van de Zesde Richtlijn of artikel 11 van de Richtlijn 2006/112/EG biedt steun voor deze opvatting omtrent de bedoeling van het instituut van de fiscale eenheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl