Rb. 's-Gravenhage 11 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM3549
Schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. [G] is geen partij in de procedure die aan het wrakingsverzoek ten grondslag ligt, haar verzoek tot wraking is daarom niet-ontvankelijk. Wrakingsverzoek van [A] is wel ontvankelijk: [A] is partij in de procedure die aan het wrakingsverzoek ten grondslag ligt en, anders dan belanghebbende stelt, is er geen sprake van verplichte procesvertegenwoordiging in de wrakingsprocedure, aangezien ook in de hoofdzaak geen verplichte procesvertegenwoordiging voor [A] geldt. De door [A] aangevoerde feiten en omstandigheden geven geen grond te vrezen dat het rechter [X] aan onpartijdigheid ontbreekt noch is ten aanzien van haar de schijn van partijdigheid gewekt. Het wrakingsverzoek van [A] wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl