Rb. 's-Gravenhage 23 april 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2697
artikel 15c Definitierichtlijn / uitzonderlijke situatie / Somalië / ontheemden / 48-uurstermijn / asielverzoek Eiseres heeft betoogd dat de melding op het AC opgevat moet worden als een asielverzoek in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, Procedurerichtlijn en artikel 2, aanhef en onder c, Dublinverordening en dat deze melding de 48-uurstermijn doet aanvangen. De rechtbank overweegt dat, nu nadere nadere normen ten aanzien van de procedurele invulling van de versnelde procedure in deze richtlijn en verordening ontbreken, alsmede in aanmerking genomen punt 11 van de considerans van de Procedurerichtlijn, dat vermeldt dat de organisatie van de behandeling van asielverzoeken dient te worden overgelaten aan het oordeel van de lidstaten, het aan de lidstaten is om procedurele invulling te geven aan deze versnelde procedure. Derhalve geven deze richtlijn en verordening geen nadere regels omtrent de wijze waarop de Nederlandse staat de zogenaamde aanmeldcentrumprocedure, ook wel 48 uurs procedure genoemd, vorm dient te geven. Ten aanzien van artikel 15c Definitierichtlijn overweegt de rechtbank dat het uitgangspunt van verweerder dat de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie beoordeeld moet worden in de context van Zuid- en Centraal-Somalië en niet tegen de achtergrond van een stad of een gebied van beperkte omvang, de rechtbank niet onjuist voorkomt. Verweerder hanteert, ter beoordeling of sprake is van een uitzonderlijke situatie, het criterium dat het aantal doden en gewonden dient te worden afgezet tegen het inwonertal van Zuid- en Centraal-Somalië. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met deze maatstaf een te beperkte invulling geeft aan artikel 15c Definitierichtlijn. Immers, krachtens de tekst van deze bepaling, dient bij de beoordeling of een burger bij terugkeer naar een land te vrezen heeft voor een reëel risico op ernstige schade naast handelingen die het leven bedreigen ook betekenis toe te komen aan handelingen, die op zichzelf nog niet levensbedreigend zijn, maar wel de persoon van een burger bedreigen. De besluitvorming geeft er voorts geen blijk van dat verweerder zich rekenschap heeft gegeven van de uit het ambtsbericht van oktober 2009 blijkende kwetsbare positie van ontheemden. Met de opmerking dat de vluchtelingenstromen en het grote aantal ontheemden erop duiden dat grote aantallen personen in staat zijn zich binnen Somalië te bewegen op het moment dat sprake is van gewelddadigheden naar gebieden die rustiger zijn, heeft verweerder dat in onvoldoende mate onderkend. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl