Rb. 's-Gravenhage 24 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2557
Beroep van ex-cadet Nederlandse Defensie Academie tegen de datum van het haar verleende gevraagde ontslag i.v.m. het om medische redenen niet kunnen vervolgen van haar opleiding als officier. Tijdens haar plaatsing in het Individueel Begeleidingspeloton zijn met haar commandant afspraken gemaakt, onder meer over de datum van indiening van haar ontslagverzoek en over de ontslagdatum (1 april 2009). Vervolgens is ontslag verleend met ingang van 4 maart 2009, zijnde een maand na de datum van indiening van het ontslagverzoek. De datum van het ontslagverzoek is bepaald door de veronderstelling dat de proeftijd van eiseres korte tijd daarna zou aflopen, in feite gold ook tijdens de plaatsing bij het Individueel Begeleidingspeloton nog een (verlengde) proeftijd. Verweerder is van oordeel dat de commandant van eiseres geen rechtens te honoreren toezegging omtrent de ontslagdatum heeft kunnen doen. Er is sprake geweest van dwaling bij eiseres, zowel ten aanzien van de datum van indiening als ten aanzien van de ontslagdatum. Eiseres heeft zich daarop wensen te beroepen met haar verzoek (via haar commandant) om alsnog 1 april 2009 als ontslagdatum aan te houden. Ook een beroep op dwaling van een ontslagen ambtenaar kan aanleiding geven terug te komen van een reeds verleend ontslag, indien het nadere besluit nog vóór de aanvankelijke ontslagdatum kan worden genomen en bekendgemaakt (vergelijk: CRvB 24 oktober 1996, TAR 1997, 19, LJN: ZB6412). Beroep gegrond, herroeping van het ontslagbesluit ten aanzien van de ingangsdatum van het ontslag, verplichting voor verweerder tot nabetaling van salaris en vergoeding van premie voor ziektekostenverzekering eiseres over maart 2009.
De uitspraak op rechtspraak.nl