Rb. 's-Gravenhage 26 april 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM2550
Somalië / nareisbeleid / feitelijke gezinsband In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor het toelating op grond van het zogenoemde nareisbeleid, omdat, gelet op de korte duur die referent in Somalië in het gezin heeft verbleven, de gezinsband tussen eiser en het gezin van referent feitelijk niet in zijn land van herkomst is ontstaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder dit standpunt ontoereikend heeft gemotiveerd. In het beleid van verweerder is alleen neergelegd, dat de gezinsband reeds ontstaan dient te zijn in het land van herkomst, niet dat deze gezinsband gedurende enige tijd in het land van herkomst moet zijn uitgeoefend. Ook is in het beleid geen tijdsduur opgenomen gedurende welke een dergelijke gezinsband moet hebben bestaan. Nu de gezinsband in elk geval reeds in Somalië is ontstaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet op grond het nareisbeleid aan eiser worden tegengeworpen dat referent al na zeventien dagen naar Nederland is gereisd. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:46 Awb
- Artikel 4:84 Awb
- Artikel 6:5 Awb
- Artikel 8:70 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 13 VW
- Artikel 28 VW
- Artikel 29 VW
- Artikel 72 VW
- Artikel 85 VW
- Artikel 2 Rijkswet op de consulaire tarieven
- Artikel 7 Rijkswet op de consulaire tarieven
- Artikel 1 Rijksbesluit op de consulaire tarieven
- Artikel 1 Regeling op de consulaire tarieven
- Artikel 3a Regeling op de consulaire tarieven