Rb. 's-Gravenhage 16 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1926
IB/PVV 2005. Winstverdeling v.o.f. Zelfstandigenaftrek. Stakingsaftrek. Eiser en zijn echtgenote drijven in 2005 een onderneming in de vorm van een v.o.f.. De zakelijkheid van door hen toegepaste winstverdeling van 0:100 is tegenover de gemotiveerde betwisting van verweerder niet aannemelijk geworden. Nu de vennootschapsakte ontbreekt, en ook overigens niet is gebleken van een overeengekomen winstverdeling, bepaalt de rechtbank de winstverdeling tussen eiser en zijn echtgenote met inachtneming van art. 7A:1670 BW, op 50:50, hetgeen de rechtbank gelet op de feiten zakelijk acht. Eiser komt niet in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2005 1225 uren aan zijn onderneming heeft besteed. Voor een stakingsaftrek komt eiser niet in aanmerking omdat niet is gebleken dat eiser bij de staking van zijn onderneming op 31 december 2005 een stakingswinst heeft behaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl