Rb. 's-Gravenhage 15 april 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1237
1. Bevoegdheid economische politierechter De economische strafkamer neemt kennis van commune delicten, mits dat commune delict in samenhang met een economisch delict is begaan. 2. Ne bis in idem Het Veterinair Tuchtcollege heeft aan verdachte bij openbare uitspraak van 18 maart 2010 een geldboete opgelegd, alsmede een schorsing voor de duur van zes maanden in de uitoefening van de hem bij of krachtens de WUD verleende bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde in beperkte zin. In het onderhavige geval is daarmee sprake van de samenloop van een bestuursrechtelijke afdoening en een strafrechtelijke vervolging. De economische politierechter heeft de vraag te beantwoorden hoe de strafrechtelijke vervolging zich verhoudt ten opzichte van de bestuursrechtelijke afdoening, zulks met name bezien in het licht van het "ne bis in idem"-beginsel. Vast staat dat het feitencomplex dat ten grondslag heeft gelegen aan de openbare uitspraak van het Veterinair College gelijk is aan het feitencomplex dat ten grondslag ligt aan het onder 2 tenlastegelegde feit in de dagvaarding. De maatregel die aan verdachte in het kader van de tuchtprocedure is opgelegd heeft een punitief karakter. Dat brengt met zich dat sprake is van een dubbele vervolging die op zichzelf in strijd is met het "ne bis in idem"-beginsel. Dat leidt tot de conclusie dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte voor zover het het onder 2 tenlastegelegde feit betreft. Zulks is evenwel anders ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit. Het niet voldoen aan een vordering heeft immers geen rol gespeeld bij de tuchtrechtelijke afdoening. Voorts staat de strafbaarstelling van het niet voldoen aan een dergelijke vordering niet speciaal ten dienste aan het beschermen van het welzijn of de gezondheid van dieren. De officier van justitie is ten aanzien van dit feit dan ook ontvankelijk in de strafvervolging. Feit 2: openbaar ministerie niet ontvankelijk. Feit 1: Geldboete 1000,= euro subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl