Rb. 's-Gravenhage 19 februari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL9038

Vreemdelingenbewaring / periode van tien dagen tussen vluchtaanvraag en vlucht / voldoende voortvarend De rechtbank overweegt dat het houden van een vertrekgesprek en het aanvragen van een vlucht, in dit geval beide op 12 februari 2010, zijn aan te merken als handelingen die van directe betekenis zijn voor het bewerkstelligen van de uitzetting. Gelet op de jurisprudentie acht de rechtbank het op de zesde dag verrichten van deze eerste concrete uitzettingshandelingen nog als voldoende voortvarend. Ten aanzien van de reden waarom eiser pas op 22 februari 2010 kan terugkeren naar het land van herkomst overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de mededeling van verweerder dat de Russische autoriteiten minimaal vijf werkdagen van tevoren geïnformeerd wensen te worden over een uitzetting van een vreemdeling met de Russische nationaliteit. Gelet op deze vijf werkdagen, alsmede de termijn voor het ontvangen van een vluchtakkoord, kan niet gezegd worden dat het op 12 februari 2010 boeken van een vlucht voor 22 februari 2010 getuigt van onvoldoende voortvarendheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen