Rb. 's-Gravenhage 2 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8838

IB/PVV 2002. Eiser is directeur/ enig aandeelhouder van X B.V. In 2002 neemt eiser € 176.945 uit de B.V. op. Ook in de daaraan voorafgaande jaren heeft hij bedragen uit de B.V. opgenomen. De B.V. boekt de opnamen in rekening-courant. De stand daarvan is per 31 december 2001 € 459.090 en per 31 december 2002 € 660.675. Eiser heeft terzake van de opnamen in zijn achtereenvolgende aangiften niets vermeld. De inspecteur neemt in 2002 een uitdeling van € 660.675 in aanmerking en rekent deze tot de door eiser genoten reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang. Het inkomen uit aanmerkelijk belang rekent hij aan eiser en zijn echtgenote ieder voor 50% toe. Eiser betwist dat er sprake is van een uitdeling. De rechtbank merkt de opnamen uit de B.V. aan als onttrekkingen en uitdelingen. Het in 2002 ontvangen bedrag van € 176.945 is een door eiser genoten voordeel uit aanmerkelijk belang. De stand van de in de administratie van de B.V. voorkomende rekening-courant en de daarop voor 2002 bijgeboekte rente kan niet als een in 2002 genoten regulier voordeel uit aanmerkelijk belang worden aangemerkt, omdat zij niet in 2002 zijn ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld of rentedragend, dan wel inbaar of vorderbaar zijn geworden. Het bedrag van € 176.945 wordt aan eiser en zijn echtgenote ieder voor de helft toegerekend. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen