Rb. 's-Gravenhage 17 februari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8819
IB 2002 en 2003, 56 EG, 43 EG en LGO-Besluit. Eiser houdt een 100%-belang in een N.V. die gevestigd is op de Nederlandse Antillen. Verweerder heeft hiervoor een heffing opgelegd naar een forfaitair rendement zoals bedoeld in de artt. 4.13, eerste lid, aanhef en onderdeel a en 4.14 van de Wet IB 2001. Eiser tekent hiertegen beroep aan, primair omdat hij vindt dat dit in strijd is met het vrije verkeer van kapitaal (art. 56 EG). Naar het oordeel van de rechtbank faalt het reeds vanwege de standstillbepaling van art. 57, eerste lid, EG. Evenmin kan er sprake zijn van strijd met de vrijheid van vestiging (art. 43 EG) en met de regeling voor landen en gebieden overzee in het vierde deel van het EG-verdrag en het LGO-besluit. Ook het subsidiaire beroep op doel en strekking van de regeling inzake het forfaitair rendement slaagt niet. Het beroep is dus ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl