Rb. 's-Gravenhage 22 februari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8027

De rechtbank is van oordeel dat de vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat haar werkelijke maatschappelijke band met Iran kennelijk ontbreekt. Dit heeft tot gevolg dat partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit hebben. De rechtbank zal derhalve Nederlands recht als het recht van de gewone verblijfplaats van de echtgenoten op het verzoek tot echtscheiding toepassen. De rechtbank is voorts van oordeel dat er sprake is van duurzame ontwrichting van het huwelijk, zodat het daarop steunende verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is. De rechtbank houdt de beslissing inzake de verzochte gezagsvoorziening, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de proceskosten aan, teneinde de Raad voor de Kinderbescherming in de gelegenheid te stellen onderzoek te verrichten en de rechtbank daarover te berichten. De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling af, nu er al geruime tijd geen contact meer is geweest tussen de man en de minderjarige en derhalve het hervatten van het contact zonder begeleiding thans niet verantwoord is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen