Rb. 's-Gravenhage 2 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL6417

COa / aanzegging overplaatsing is geen besluit Aan eiser is door verweerder mondeling meegedeeld dat hij zou worden overgeplaatst van AZC Gilze-Rijen naar de opvanglocatie te Bellingwolde. Eiser heeft aan deze aanzegging gehoor gegeven. De rechtbank heeft geoordeeld dat met de aanzegging geen sprake is van een besluit. Aan het daarvoor vereiste van schriftelijkheid, gesteld bij artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is niet voldaan. Gangbare praktijk bij verweerder is dat er pas een schriftelijk besluit met betrekking tot overplaatsing wordt genomen indien, de betrokkene weigert om mee te werken aan de overplaatsing. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat de aan eiser gedane aanzegging om te vertrekken naar de opvanglocatie Bellingwolde is te beschouwen als een rechtens relevante handeling ten aanzien van eiser. Weliswaar bestaat op grond van de bij verweerder gehanteerde gedragslijn voor een vreemdeling de mogelijkheid om een schriftelijk besluit ten aanzien van de overplaatsing uit te lokken, maar deze weg is als niet reëel voor de vreemdeling te beschouwen. De door verweerder gevolgde handelwijze betreft immers een interne voor de vreemdeling niet kenbare afspraak ; bovendien loopt de vreemdeling de kans dat, indien hij aan de mondeling gedane aanzegging niet voldoet, het in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder i, van de Rva 2005 aan de overplaatsing verbonden rechtsgevolg intreedt. Voor zover door verweerder nog is betoogd dat er geen sprake is van rechtsgevolg omdat eiser nog steeds Rva-verstrekkingen ontvangt, heeft de rechtbank daarin geen reden gezien om anders te oordelen. Voor een rechtsingang op grond van het bepaalde in artikel 3a, tweede lid, van de Wet COA geldt niet als vereiste dat er sprake is van een handeling die gericht is op rechtsgevolg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen