Rb. 's-Gravenhage 11 februari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL3637

Aanvraag voortgezet verblijf / wijziging verblijfsdoel / nieuwe aanvraag Verweerder heeft terecht besloten om de gevraagde verblijfsvergunning op grond artikel 3.52, eerste lid, van het Vb 2000 te weigeren, nu eiser niet in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000. Het overige dat eiser in dit kader heeft aangevoerd behoeft derhalve geen bespreking meer. Ten aanzien van het beroep op artikel 6 van het Besluit 1/80 heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser daartoe een nieuwe aanvraag moet indienen. Hierbij is van belang dat eiser op het aanvraagformulier onder het kopje “verblijfsvergunning voortgezet verblijf” heeft aangekruist: “na 3 jaar verblijf bij echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner”.Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is ingevolge artikel 3.100 van het Vb 2000 voor een wijziging van het verblijfsdoel, hangende de besluitvorming op een eerdere aanvraag, het doen van een nieuwe aanvraag vereist. Nu niet gebleken is dat eiser een daartoe strekkende aanvraag heeft ingediend, heeft verweerder eisers beroep op het Besluit 1/80 terecht niet betrokken bij de beoordeling van onderhavige aanvraag. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder op goede gronden heeft vastgesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor de gevraagde vergunning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen