Rb. 's-Gravenhage 8 januari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0777
Onttrekking. Verkoop woning tegen kostprijs aan schoonzoon van de dga. X bv bouwt zes woningen. Eén daarvan verkoopt zij tegen kostprijs aan de schoonzoon van de directeur/groot-aandeelhouder van eiser. De koop-/aanneemovereenkomst is in 1999 gesloten. De schoonzoon is bedrijfsleider van D bv. De inspecteur legt X bv navorderingaanslagen vennootschapsbelasting voor 2000 en 2001 en bij beschikkingen vergrijpboeten van 50% op. Daarbij verhoogt hij de door X bv voor 2000 en 2001 aangegeven winst met 2/3, onderscheidenlijk 1/3, van het verschil tussen de aanneemsom van de andere vijf woningen en de aanneemsom van de aan de schoonzoon verkochte woning. Naar de opvatting van de inspecteur valt X bv (voorwaardelijk) opzet te verwijten. Niet in geschil is dat eiseres zich een voordeel heeft laten ontgaan ten bedrage van de winstcorrecties. Rechtbank 's-Gravenhage verklaart de beroepen betreffende de navorderingsaanslagen ongegrond en de beroepen betreffende de boetebeschikkingen gegrond. Daarbij overweegt zij het volgende. Aangezien vaststaat dat is verkocht tegen kostprijs en eiseres en haar DGA zich daarvan bewust waren, is in beginsel sprake van een onttrekking, tenzij eiseres een zakelijk motief had. Eiseres heeft dit laatste niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft het door haar gestelde zakelijke motief, te weten dat het winstgemis van eiseres een compensatie is voor het te lage salaris dat de schoonzoon werd betaald, niet met bewijs gestaafd. Het standpunt van eiseres dat het voordeel buiten de loonboekhouding kon blijven omdat sprake was van het met korting verstrekken van een branche-eigen product faalt omdat het berust op een onjuiste rechtsopvatting. De toerekening van de ontrekking aan 2000 en 2001 in de verhouding 2:1 is in overeenstemming met de toerekening van de winst die X bv op de vijf andere woningen heeft gemaakt. Met betrekking tot de navorderingsaanslagen is het gelijk aan verweerder. Nu eiseres in gemoede meende een zakelijk motief te hebben, namelijk het compenseren van de schoonzoon voor diens te lage salaris, is van (voorwaardelijk) opzet geen sprake. De boetebeschikkingen worden vernietigd
De uitspraak op rechtspraak.nl