Rb. 's-Gravenhage 25 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BP4032

Vordering uit onrechtmatige daad, ingesteld door eiser en zijn vrouw en dochter. Eiser zit in detentie en vordert onmiddellijke invrijheidstelling op grond van zijn levensbedreigende ziekte. Geoordeeld wordt dat eiser niet ontvankelijk is in zijn vordering ter zake van de strafonderbreking, en dat de procedure bij RSJ een met voldoende waarborgen omklede (strafrechtelijke) rechtsgang biedt. Vervolgens is geoordeeld dat gedaagde in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat aan het gratieverzoek geen schorsende werking wordt toegekend. Gedaagde heeft terzake een ruime mate van beleidsvrijheid. Evenmin is sprake van strijd met artikel 3 en 8 EVRM. Eiser is deels niet ontvankelijk verklaard en voor het overige is de vordering afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen