Rb. 's-Gravenhage 4 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BL6139
Verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen. De minderjarige verblijft nu in het Verenigd Koninkrijk bij haar moeder terwijl vader in Nederland woont. Subsidiair verzoekt de vader om een omgangsregeling met de minderjarige. De rechtbank acht het niet in het belang van de minderjarige om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen daar de moeder en de minderjarige inmiddels een (sociaal) leven hebben opgebouwd in Engeland. Vervolgens stelt de rechtbank dat de ouder en de minderjarige in beginsel recht hebben op contact met elkaar. Het is echter duidelijk dat zowel de vader als de moeder geen financiele middelen hebben om met de minderjarige naar Nederland danwel Engeland te reizen. Ook de minderjarige zelf is gezien de jonge leeftijd daartoe niet in staat. De rechtbank acht het daarom niet in het belang van de minderjarige om een omgangsregeling vast te stellen daar dit louter valse verwachtingen bij de minderjarige zal scheppen en het zla het verzoek daartoe dan ook afwijzen. Beide ouders zullen zich daarom moeten inspannen om ongedwongen telefonisch contact tussen de vader en de minderjarige mogelijk te maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl