Rb. 's-Gravenhage 14 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BL5975

Aan verweerder komt ter zake van functietoewijzing, met inbegrip van de te hanteren functie-eisen, een discretionaire bevoegdheid toe, wat meebrengt dat de rechtbank een uit hoofde van die bevoegdheid genomen besluit slechts terughoudend kan toetsen. Dit laat echter onverlet, dat voor de rechtbank wel inzichtelijk en daarmee toetsbaar dient te zijn op welke gronden verweerder tot zijn beslissing komt. De rechtbank wijst in dat kader op haar uitspraak van 5 september 2006, AWB 05/7541 MAW, LJN: AZ0561. Daarnaast geldt het algemene beginsel dat een besluit op zorgvuldige wijze tot stand dient te komen. De rechtbank is van oordeel dat niet voldoende inzichtelijk is op welke wijze verweerder tot zijn oordeel is gekomen dat eiser niet geschikt is voor de geambieerde functie. Relevante stukken, die het oordeel van verweerder onderbouwen, ontbreken. Het voorgaande klemt temeer nu het besluit evenmin met inachtneming van alle daaraan uit een oogpunt van zorgvuldigheid te stellen eisen tot stand is gekomen. Vorenstaande leidt tot het oordeel dat het bestreden besluit een draagkrachtige motivering ontbeert en niet is genomen met inachtneming van alle daaraan uit een oogpunt van zorgvuldigheid te stellen eisen, waardoor het behoort te worden vernietigd. Verweerder zal een nieuwe beslissing op bezwaar dienen te nemen. In dit verband merkt de rechtbank op dat dit niet inhoudt dat aan eiser alsnog de door hem geambieerde functie zal dienen te worden toegewezen. Hiermee zou verweerder treden in door een derde verkregen rechten. De rechtbank raadt verweerder aan om in overleg met eiser te bezien op welke andere wijze eiser genoegdoening kan worden geschonken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen