Rb. 's-Gravenhage 24 december 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9320
Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel / misbruik van recht De omstandigheid dat verweerder eiser na zijn aanmelding op 14 januari 2008 wellicht eerder in de gelegenheid had kunnen stellen om zijn asielaanvraag in te dienen, betekent niet dat de verblijfsvergunning met eerdere ingangsdatum dan 11 februari 2008 had kunnen dan wel moeten worden verleend. Artikel 44, tweede lid, van de Vw 2000 staat daaraan immers in de weg. De rechtbank verwijst in dit kader naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 januari 2007, kenmerk 200606711/1. Nu de termijn waarbinnen een vreemdeling na aanmelding bij een AC in de gelegenheid moet worden gesteld een asielaanvraag in te dienen niet wettelijk is geregeld, kan eiser gevolgd worden in zijn stelling dat verweerder misbruik van recht zou kunnen maken door met oneigenlijke redenen de vreemdeling na aanmelding eerst na lange tijd in de gelegenheid te stellen een aanvraag in te dienen. In het onderhavige geval is daarvan evenwel niet gebleken. Zoals de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft medegedeeld, streeft verweerder in gevallen als de onderhavige naar een termijn van zes weken tussen aanmelding en het indienen van een aanvraag. Ook eiser is binnen deze termijn, die de rechtbank niet onredelijk lang voorkomt, in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag in te dienen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl