Rb. 's-Gravenhage 22 december 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7920

Indienen aanvraag in persoon / voldoen leges in persoon / artikel 3.99, derde lid Vb 2000 / artikel 3.34i Vv 2000 / artikel 3.103 Vb 2000 - Ingevolge artikel 3.99, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) wordt de aanvraag, bedoeld in de artikelen 14 en 20 van de Vw 2000, gedaan door het indienen van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Bij besluit van 24 april 2009 (Staatsblad 2009,198, iwt 2 mei 2009), is aan vorenstaand artikel een derde lid toegevoegd. In dit derde lid staat vermeld dat overeenkomstig bij regeling van Onze Minister te stellen regels de aanvraag door de vreemdeling in persoon wordt ingediend. - Bij Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 25 maart 2009 nr. 5581242/09, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (zevenentachtigste wijziging) (Staatscourant 2009,68, iwt 27 maart 2009) is op grond van artikel I, onderdeel B, een nieuw artikel 3.34i toegevoegd. Het eerste lid van dit artikel luidt als volgt: “De leges, bedoeld in de artikelen 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, tweede lid, en 3.34h, worden door de vreemdeling in persoon aan het IND-loket voldaan.” - Het in dit geding aan de orde zijnde besluit is genomen nadat de weergegeven regelgeving in werking is getreden. Verweerder heeft aan het bestreden besluit echter ten grondslag gelegd de regelgeving zoals die gold ten tijde van de aanvraag en het nemen van het primaire besluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat verweerder hiermee toepassing heeft gegeven aan een juist wettelijk kader. Uit artikel 3.103 van het Vb 2000 volgt dat de aanvraag dient te worden getoetst aan de regelgeving zoals die gold op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij uit de Wet anders voortvloeit of het recht dat geldt op het tijdstip waarop de beschikking wordt gegeven, voor de vreemdeling gunstiger is. Uit de Vw 2000 vloeit niet anders voort en verder is de hierboven weergegeven regelgeving voor eiser niet gunstiger. Immers op grond van die regelgeving is, anders dan voorheen, bij wettelijk voorschrift vastgelegd dat een vreemdeling in persoon de aanvraag dient in te dienen en de leges dient te voldoen. Subsidiair heeft de rechtbank in de aard van de tegengeworpen verplichtingen, welke zijn te kwalificeren als indieningvereisten met betrekking tot het doen van een aanvraag, een reden gelegen om de beantwoording van de vraag of aan deze verplichtingen is voldaan te beoordelen aan de hand van het ten tijde van de aanvraag geldende recht, te meer nu die indieningvereisten, zoals reeds is overwogen, niet zijn versoepeld als gevolg van de wijziging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen