Rb. 's-Gravenhage 20 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5787
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning regulier / intrekking verblijfsvergunning regulier / verstrekken onjuiste gegevens Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich, onder verwijzing naar de inhoud van de verslagen van de gehoren op 13 mei en 25 november 2008, op het standpunt kunnen stellen dat sprake is van tegenstrijdige verklaringen, zoals genoemd in verweerders beleid, die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van een schijnrelatie en dat geen sprake is van een gemeenschappelijke huishouding noch van een duurzame en exclusieve relatie tussen eiser en referente. Verweerder heeft in dit kader belang mogen hechten aan de omstandigheid dat niet is gebleken dat eiser en referente financieel aan elkaar verbonden zijn. Eisers stelling dat uit de gehoren genoegzaam naar voren komt dat eiser en referente een relatie hebben, volgt de rechtbank niet, nog daargelaten dat eiser daarmee geen verklaring heeft gegeven voor de door verweerder geconstateerde tegenstrijdigheden. De door eiser overgelegde stukken, te weten de foto’s van eiser en referente, de verklaringen van kennissen van eiser en referente, heeft verweerder onvoldoende mogen achten voor een ander oordeel. In dit kader heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat deze stukken niet afkomstig zijn uit een objectieve bron. Daarnaast geven deze stukken evenmin een verklaring voor de afgelegde tegenstrijdige verklaringen. Ten aanzien van de, in de nadere reactie van 9 november 2009 opgenomen stukken omtrent de ziekenhuisopname van referente, is de rechtbank van oordeel dat deze gegevens evenmin de geconstateerde tegenstrijdigheden rondom de relatie kunnen wegnemen. Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt reeds, nu eiser dit beroep niet heeft onderbouwd met vergelijkbare gevallen. Nu is gebleken dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een duurzaam bewezen relatie heeft met referente, kan hij reeds daarom geen rechten ontlenen aan de richtlijn 2003/38/EG. Het beroep van eiser op artikel 8 EVRM slaagt evenmin nu geen sprake is van gezinsleven tussen eiser en referente in de zin van dit artikel. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid. Verweerder heeft de onderhavige aanvraag daarom mogen afwijzen. Nu verweerder de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning heeft mogen afwijzen, heeft verweerder de eerder verleende verblijfsvergunning ook om deze redenen mogen intrekken per 6 november 2006 nu de intrekking op dezelfde juridische grondslag berust. Beroepen ongegrond. Voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl