Rb. 's-Gravenhage 24 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5015

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Blijkens WBV 2007/11 voert verweerder het beleid dat in geval van gezinsvorming met een in het kader van het generaal pardon tot Nederland toegelaten vreemdeling vrijstelling wordt verleend van het vereiste te beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, het inkomensvereiste en de verplichting tot het betalen van leges, maar dat de overige vereisten (naar de rechtbank begrijpt: de overige voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier onder een beperking die verband houdt met gezinsvorming) onverkort worden gehandhaafd. De aanvragen van eiseressen zijn afgewezen op de grond dat zij niet beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseressen niet hebben aangetoond dat zij niet in het bezit kunnen worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. In het bestreden besluit heeft verweerder voorts overwogen dat eiseressen niet hebben aangetoond dat het onmogelijk is om aan documenten uit China te komen en dat de Chinese autoriteiten daadwerkelijk is verzocht om documenten. Naar het oordeel van de rechtbank werpen eiseressen terecht de vraag op hoe zij dit zouden moeten aantonen. Gelet op het betoog daarover van eiseressen, waarvan de juistheid door verweerder niet in twijfel is getrokken, rijst de vraag hoe eiseressen zouden moeten aantonen dat het onmogelijk is om aan documenten uit China te komen, dat de Chinese ambassade eiseressen geen paspoorten wil verstrekken en dat eiseres 1 de Chinese autoriteiten daadwerkelijk om documenten heeft gevraagd. De overwegingen uit het bestreden besluit, hoewel feitelijk juist, bevatten geen antwoord op deze vraag. Het bestreden besluit bevat derhalve geen toereikend gemotiveerde weerlegging van het betoog van eiseressen dat zij het redelijkerwijs mogelijke hebben gedaan om documenten te verkrijgen, maar dat zij daar desondanks niet in zijn geslaagd. In dit opzicht berusten de bestreden besluiten in strijd met artikel 7:12, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3:46 van de Awb niet op een deugdelijke motivering. Gelet hierop zijn de beroepen gegrond en moeten de bestreden besluiten worden vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen