Rb. 's-Gravenhage 25 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5004
Het geschil beperkt zich tot de beperking die aan de verleende vergunningen (gezinshereniging medische behandeling bij ouder) is verbonden dat arbeid niet is toegestaan. De rechtbank volgt verweerder niet in het standpunt dat geen sprake van beleid zou zijn. In paragraaf B8/8 van de Vc 2000 is expliciet vermeld welke arbeidsmarktaantekening wordt verleend in een situatie als de onderhavige. In artikel 4 van de Wav zijn slechts de bepalingen opgenomen in welke gevallen een uitzondering wordt gemaakt. Niet in geschil is dat eisers geen vreemdelingen zijn, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a en b, van de Wav en artikel 2 van het Besluit Wav. Ter zitting hebben eisers bepleit dat zij als voorschrift aan de verleende vergunningen willen zien opgenomen het voorschrift “arbeid niet toegestaan, tenzij een geldige tewerkstellingsvergunning is verleend”. Op deze situatie heeft artikel 4 van de Wav geen betrekking. De rechtbank acht het in paragraaf B8/8 van de Vc 2000 neergelegde beleid niet kennelijk onredelijk. Uitgelegd is dat het om een tijdelijke vergunning gaat waarbij gezinsleden slechts verblijf krijgen gedurende de medische behandeling van de hoofdpersoon. Het bijzondere karakter van de vergunning brengt met zich dat geen arbeid gedurende het verblijf wordt toegestaan. Hetgeen eisers hebben aangevoerd kan niet als dusdanig bijzonder worden aangemerkt dat verweerder op grond daarvan toepassing aan artikel 4:84 van de Awb diende te geven.
De uitspraak op rechtspraak.nl