Rb. 's-Gravenhage 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4604

Heffen leges langdurig ingezetenen / tarief onevenredig / belemmering / strijd met Richtlijn 2003/109/EG Gelet op voornoemde overwegingen van de Richtlijn en gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie, waaruit volgt dat -ingevolge artikel 10 van het EG-verdrag- nationale bepalingen geen belemmering mogen vormen voor een doeltreffende toepassing van de Richtlijn en de uitvoering van het gemeenschapsrecht niet nagenoeg onmogelijk mogen maken, is de rechtbank van oordeel dat het legesbedrag, zoals geheven ten aanzien van langdurig ingezeten derdelanders, wel een dergelijke belemmering vormt, nu dit bedrag aanzienlijk verschilt van het bedrag dat voor een vergelijkbare aanvraag door burgers van de Unie aan leges wordt geheven. Dat verweerder heeft gesteld dat er ondanks de hoge leges veel aanvragen zijn ingediend door derdelanders kan hieraan niet afdoen, omdat aan de hand van deze cijfers niet kan worden vastgesteld in hoeveel gevallen is afgezien van het indienen van een aanvraag, vanwege het hogere bedrag aan leges.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen