Rb. 's-Gravenhage 13 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4537
Ontvankelijkheid / bezwaar ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk / ingediende stukken ten onrechte niet als bezwaarschrift aangemerkt Eiseres heeft op 20 mei 2008 stukken verzonden aan verweerder, welke door verweerder zijn ontvangen op 22 mei 2008, na de start van de bezwaartermijn. Ook is niet in geding dat dit de ontbrekende stukken zijn waar verweerder, laatstelijk bij brief van 8 april 2008, om heeft verzocht. Blijkens het besluit in primo is de aanvraag afgewezen juist vanwege het ontbreken van die stukken. Verweerder heeft de stukken bij brief van 26 mei 2008 teruggestuurd aan eiseres. Uit die brief blijkt dat het voor verweerder duidelijk was dat de stukken betrekking hadden op de beschikking van 21 mei 2008. Als verweerder kennis had genomen van de inhoud van de stukken en die had vergeleken met de inhoud van het besluit van 21 mei 2008, had dit tot de conclusie geleid dat eiseres het met het besluit niet eens was. Door de stukken terug te zenden aan eiseres met een verwijzing naar de rechtsmiddelenclausule in het besluit – bij welk bezwaar vervolgens precies dezelfde stukken zouden moeten worden overgelegd – heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet gehandeld met inachtneming van de op grond van artikel 3:2 Awb te betrachten zorgvuldigheid. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder onder de genoemde omstandigheden de toezending van stukken door eiseres op 20 mei 2008 had moeten beschouwen als een bezwaarschrift. Verweerder heeft eiseres dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl