Rb. 's-Gravenhage 11 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3175

Wetsartikelen: artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, B1/5.3.3. Vc, artikel 26 Vw, artikel 8 EVRM Trefwoorden: intrekken verblijfsvergunning, onjuiste gegevens, 8 EVRM, voortgezet verblijf Samenvatting: Met ingang van 26 oktober 2006 is aan eiser een verblijfsvergunning toegekend onder de beperking uitoefening van gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij [A]. Uit een DNA-onderzoek blijkt dat eiser niet de biologische zoon is van [A]. Het bestreden besluit strekt tot intrekken van de verleende verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wegens verstrekken van onjuiste gegevens. De rechtbank acht van belang of de verstrekte gegevens te beschouwen zijn als onjuiste gegevens en of bij bekendheid met de juiste gegevens de ingetrokken vergunning zou zijn verleend. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet gebleken is dat de juiste gegevens, voor zover deze door eiser aannemelijk zijn gemaakt, tot toewijzing van de vergunningaanvraag zouden hebben geleid. Eisers betoog dat hem geen verwijst valt te maken en dat er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:84 van de Awb op grond waarvan verweerder had dienen af te wijken van zijn beleid, faalt. Het gaat er immers om dat de onjuiste situatie wordt gecorrigeerd. Het beroep gericht tegen de weigering eisers aanvraag tot wijziging van de beperking in de beperking voortgezet verblijf faalt eveneens, omdat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt. Beroepen ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen