Rb. 's-Gravenhage 4 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3131
Het besluit tot verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring is met de enkele publicatie in de Staatscourant niet overeenkomstig artikel 3:41, eerste lid, van de Awb en A5/3.3. van de Vc bekendgemaakt aangezien er een adres van verzoeker bij verweerder bekend was. Op grond van artikel 28, tweede lid, van de Verblijfsrichtlijn in samenhang met artikel 16, eerste lid, van de Verblijfsrichtlijn gelden er strengere eisen voor een besluit tot verblijfsbeëindiging in het geval het gaat om een burger van de EU die vijf jaar rechtmatig op het grondgebied van een andere lidstaat heeft verbleven. Verblijfsbeëindiging is dan alleen mogelijk in het geval van ernstige redenen van openbare orde of openbare veiligheid. Gelet hier op moet, voorlopig oordelend, worden aangenomen dat de nog verdergaande bescherming van artikel 28, derde lid, van de Verblijfsrichtlijn is bedoeld voor de situatie dat een burger van de EU tien jaar rechtmatig verbleven heeft in een andere lidstaat. Nu verzoeker hieraan niet voldoet, kan hij zich niet met succes op deze bepaling beroepen. Ter beoordeling van de vraag of verzoeker een actuele bedreiging vormt voor de openbare orde heeft de voorzieningenrechter met toestemming van partijen inlichtingen ingewonnen bij het OM over een niet afgedane strafzaak betreffende een gebeurtenis op 23 september 2009. Uit de inlichtingen blijkt dat het op dit moment onduidelijk is of verzoeker voor deze gebeurtenis vervolgd zal worden. De voorzieningenrechter acht het niet opportuun om vooruitlopend op de uitkomst van de strafzaak reeds nu een prognose te geven ten aanzien van de vraag of verzoeker een actuele bedreiging oplevert voor de openbare orde. De voorzieningenrechter heeft ter beslechting van het geschil een nadere, op de zaak toegesneden belangenafweging gemaakt, waarbij de voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling buiten beschouwing is gelaten. De belangen over en weer afwegend, valt de afweging in verzoekers voordeel uit. Het gezinsleven heeft hierbij een doorslaggevende rol gespeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl