Rb. 's-Gravenhage 14 oktober 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3050
Interbestuurlijk conflict tussen het waterschap Hollandse Delta en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland over het onthouden van goedkeuring door het college aan de kostentoedelingsverordening van het waterschap. De rechtbank signaleert een kentering in de jurisprudentie van de appelcolleges, daar waar het gaat om het aannemen van (het behoud van) procesbelang in zaken waarin (a) een conflict tussen partijen niet is opgelost, maar de ‘ontvangende’ partij (in dit geval: het waterschap) zich door tijdsdruk of tijdsverloop gedwongen ziet genoegen te nemen met het besluit van de andere partij en (b) een vergunning of goedkeuringsbesluit voor een beperkte periode is verleend, waarna het conflict zich dreigt te herhalen. Het waterschap is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat in dit geval aan het onder (b) genoemde criterium is voldaan. Door een wijziging in de Waterschapswet acht de rechtbank het niet aannemelijk dat het conflict tussen partijen zich zal herhalen. Beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl