Rb. 's-Gravenhage 21 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9111
Asiel / Irak / provincie Ninewa / UNHCR rapport / artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn / uitzonderlijke situatie / motivering Eiseres, afkomstig uit Mosul, gelegen in de provincie Ninewa, heeft een beroep gedaan op artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, onder verwijzing naar de UNHCR-Eligibility Guidelines. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 25 mei 2009 beoogt deze bepaling bescherming te bieden in het geval van een uitzonderlijke situatie en voorziet artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 in de aldus vereiste bescherming. De door eiseres gegeven uitleg dat het Hof in rechtsoverweging 28 erkent dat artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn ten opzichte van artikel 3 van het EVRM aanvullende bescherming biedt, deelt de rechtbank niet. Het uitganspunt dat de toepassing van ‘uitzonderlijke situaties’ niet breder zal zijn dan de toepassing van het categoriale beschermingsbeleid kan in zijn algemeenheid niet, althans niet zonder nadere motivering, gevolgd worden. De omstandigheid dat omringende landen geen groepsgebonden asielbeleid voeren, een indicator voor het niet-voeren van een categoriaal beschermingsbeleid, hoeft niets te zeggen over de mate van geweld in het betreffende land. Verweerder heeft in het besluit niet gemotiveerd waarom aan de in het UNHCR-rapport opgenomen conclusie dat in de geduide provincies, waaronder dus Ninewa, sprake is van een uitzonderlijke situatie geen betekenis toekomt. Dat geen sprake kan zijn van bedoelde uitzonderlijke situatie, nu de situatie in Irak niet langer aanleiding gaf een categoriaal beschermingsbeleid te voeren, acht de rechtbank geen toereikende motivering. Volgens vaste Afdelingsjurisprudentie moet de vraag of sprake is van een uitzonderlijke situatie worden beoordeeld aan de hand van de situatie ten tijde van de totstandkoming van het besluit, in casu derhalve 13 mei 2009. Het ambtsbericht van juni 2008, naar aanleiding waarvan besloten is het categoriaal beschermingsbeleid te beëindigen, ziet niet, anders dan het UNHCR-rapport, op de situatie ten tijde van het bestreden besluit. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl