Rb. 's-Gravenhage 10 september 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8557
Uit deze uitspraak van de Afdeling volgt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij de aanvraag van eiser buiten behandeling mocht stellen vanwege de omstandigheid dat eiser geen gegevens en bescheiden in persoon heeft overgelegd. Dat eiser deze gegevens niet in persoon heeft overgelegd, maakt de aanvraag immers niet onvolledig. Met verweerders brieven van 30 juni en 9 juli 2008 is eiser voorts geen mogelijkheid geboden deze gegevens schriftelijk in te dienen. Verweerder heeft aan de buiten behandeling stelling evenwel ook ten grondslag gelegd dat eiser geen geldig document voor grensoverschrijding heeft overgelegd. Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat verweerder geen geldig document van grensoverschrijding heeft, maar dat eisers identiteit, gezien de eerder door hem gevoerde procedures, bij verweerder bekend mocht worden geacht, zodat het overleggen van een geldig document voor grensoverschrijding niet noodzakelijk was. Dit betoog faalt. Uit de hiervoor weergegeven uitspraak van de Afdeling volgt dat eiser bij zijn aanvraag een geldig document voor grensoverschrijding, dan wel gegevens en bescheiden als bedoeld in het derde lid van artikel 3.102 Vb, in kopie of origineel diende te overleggen. Gesteld noch gebleken is dat eiser bij zijn aanvraag voornoemde gegevens en bescheiden heeft overgelegd. Evenmin heeft hij bij de aanvraag melding gemaakt van de onmogelijkheid de in 3.102, derde lid, Vb bedoelde gegevens en bescheiden te overleggen, dan wel verwezen naar andere mogelijkheden om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen. Gelet op voornoemde uitspraak van de Afdeling was eiser derhalve reeds bij zijn aanvraag in verzuim. Op de voet van voornoemde uitspraak van de Afdeling is de rechtbank voorts van oordeel dat eiser bij brief van 30 juni 2008 in de gelegenheid is gesteld dit verzuim te herstellen, van welke gelegenheid eiser geen gebruik heeft gemaakt. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook op het standpunt kunnen stellen dat sprake was van een onvolledige aanvraag en de aanvraag derhalve buiten behandeling kunnen stellen. Beroep ongegrond
De uitspraak op rechtspraak.nl