Rb. 's-Gravenhage 28 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7397
Naheffing loonbelasting ter zake van optreden buitenlands gezelschap. Bezwaar en beroep ontvankelijk, omdat gemachtigde heeft bedoeld bezwaar en beroep in te stellen namens eiseres en verweerder in de bezwaarfase ervan is uitgegaan dat het bezwaar bevoegdelijk was ingediend. Eiseres zou ook onredelijk worden benadeeld door het door verweerder in beroep ingenomen standpunt omtrent de bevoegdheid tot het maken van bezwaar, omdat sprake is van een niet herstelbaar verzuim. Bovendien heeft verweerder dan niet de gelegenheid geboden het verzuim te herstellen. Voor het zijn van artiest in de zin van art. 5a Wet LB 1964 is vereist dat de betrokkenen optreedt voor het publiek en daarbij een artistieke prestatie levert. Verweerder maakt niet aannemelijk dat dat het geval is. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl