Rb. 's-Gravenhage 5 augustus 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4560
De rechtbank overweegt dat het bepaalde in artikel 53, eerste lid, van de Wiv 2002 dwingend in de weg staat aan de inwilliging van het verzoek van eiser om kennisneming van het verslag van het gesprek dat hij stelt te hebben gehad met medewerkers van de AIVD. Onder persoonsgegevens als bedoeld in die bepaling moeten niet alleen worden verstaan: de bij de AIVD ten aanzien van de betreffende aanvrager aanwezige gegevens maar ook de door de betreffende aanvrager naar zijn zeggen aan de AIVD verstrekte gegevens. Gelet op het bepaalde in artikel 53, tweede lid, van de Wiv 2002 heeft verweerder in het bestreden besluit in dit verband de vraag of er ten aanzien van eiser al dan niet actuele persoonsgegevens voorhanden zijn terecht onbeantwoord gelaten. Er is geen sprake van een motiveringsgebrek.
De uitspraak op rechtspraak.nl