Rb. 's-Gravenhage 10 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4323
Regulier / studie / accreditatie / DDU Teneinde als onderwijsinstelling in de zin van artikel 3.41, eerste lid, aanhef en onder a, van het Vb 2000, te kunnen worden aangemerkt, stelt artikel 3.18a, aanhef en onder a, van het Vv 2000, onder andere, als voorwaarde dat de onderwijsinstelling voorkomt in het openbaar register van onderwijsinstellingen die de gedragscode hebben ondertekend. Nu door verweerder is gesteld dat DDU niet voorkomt in evenbedoeld register, en deze stelling niet als zodanig door eiser is weersproken, noch de rechtbank anderszins is gebleken, heeft eiser niet aangetoond dat ten tijde van belang sprake was van een studie aan een bij ministeriële regeling aan te wijzen onderwijsinstelling, en ontbreekt reeds daarom de bevoegdheid de verblijfsvergunning onder de gevraagde beperking te verlenen. Dat de DDU de gedragscode wel zou hebben ondertekend, zoals eiser betoogt, doet aan het vorengaande niet af.
De uitspraak op rechtspraak.nl