Rb. 's-Gravenhage 24 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4148

Accijns. Uitslag ter zake van vervoer naar (vermeend) belastingentrepot in Spanje. Eiseres vervoert goederen vanuit haar accijnsgoederenplaats naar Spanje. Eiseres heeft voor vertrek diverse malen de status van het bedrijf waar de goederen naartoe moeten worden vervoer gecontroleerd en daaruit bleek dat sprake was van een belastingentrepot. Twee dagen voor vertrek wordt de vergunning echter ingetrokken. Eiseres wordt hiervan niet op de hoogte gesteld en de intrekking wordt pas maanden later vermeld in het SEED. Rb.: Vaststaat dat zowel op het moment waarop de goederen de AGP van eiseres verlieten (7 april 2007) als op het moment waarop de goederen volgens eiseres door de afnemer zijn ontvangen (10 april 2007) de afnemer geen houder meer was van een belastingentrepot. Alsdan kan niet meer worden toegekomen aan een discussie omtrent de vraag of eiseres op alternatieve wijze (dat wil zeggen op andere wijze dan is voorgeschreven in artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit accijns) heeft aangetoond dat de goederen vanuit de AGP van eiseres naar een belastingentrepot zijn gebracht. Nu vaststaat dat de afnemer op het tijdstip waarop de goederen de AGP verlieten geen houder meer was van een belastingentrepot wordt niet meer toegekomen aan artikel 20 van de richtlijn 92/12/EG c.q. artikel 86a WA. Deze artikelen ziet op de situatie dat er tijdens het intracommunautair vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van accijns iets gebeurt als gevolg waarvan de goederen uiteindelijk de bestemming belastingentrepot niet (volledig) bereiken. In het voorliggende geval was echter reeds op het moment dat de goederen de AGP van eiseres verlieten geen sprake van het brengen van de goederen naar een belastingentrepot. Van onregelmatigheden tijdens vervoer met als bestemming een belastingentrepot kan dan geen sprake meer zijn. Evenmin is sprake van rechtens te beschermen vertrouwen. Heffing in Nederland kan ook niet achterwege blijven op de grond dat in de omstandigheden van dit geval naar analogie van artikel 2f van de Wet accijns zou moeten worden geheven van de afnemer wegens het voorhanden hebben van accijnsgoederen zonder dat deze in de accijnsheffing zijn betrokken. De wet voorziet hier niet in. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen