Rb. 's-Gravenhage 22 juli 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3979
Omzetbelasting. Vrijstelling art. 1, lid 1, onderdeel k, Wet OB. (De bestuurder van) eiseres verricht werkzaamheden ten behoeve van een assurantietussenpersoon. Aannemelijk is gemaakt dat eiseres een bedrijf uitoefende door in het economische verkeer tegen vergoeding diensten te verlenen aan andere vennootschappen, welke diensten feitelijk werden verricht door haar bestuurder. Het aantal vennootschappen waaraan de diensten werden verleend, doet voor het ondernemerschap niet ter zake evenmin als de exacte aard en inhoud van de verrichte diensten. Omtrent de aard en inhoud van de namens eiseres door (de bestuurder van) eiseres verrichte werkzaamheden bestaat geen volledige duidelijkheid. De vrijstelling is desondanks niet van toepassing, hetzij omdat geen sprake is van handelingen ter zake van verzekeringen en evenmin van werkzaamheden die kenmerkend zijn voor een verzekeringsagent en aan de werkzaamheden bovendien de essentiële aspecten van de functie van verzekeringsbemiddeling ontbreken, hetzij omdat er direct noch indirect rechtsbetrekkingen ontstaan tussen eiseres enerzijds en de verzekeringnemers en/of de verzekeringsmaatschappij anderzijds. Beroep toch gegrond, omdat de hoogte van de naheffingsaanslagen op geen enkele wijze is onderbouwd. Volgt terugwijzing voor nader onderzoek naar de hoogte van de aanslagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl