Rb. 's-Gravenhage 16 juni 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2316
Visum kort verblijf Bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond. In de, zeer korte, beslissing in primo is door verweerder enkel als reden van weigering van het gevraagde visum vermeld dat eiseres niet voldoet aan de in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder c, Schengengrenscode gestelde voorwaarde, omdat niet voldoende is komen vast te staan dat eiseres tijdig zal terugkeren naar het land van herkomst. De beslissing behelst verder geen enkele motivering voor de toepassing van deze afwijzingsgrond. Reeds om die reden kan van hetgeen daartegen in bezwaar is aangevoerd niet worden gezegd dat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat het bezwaar niet tot een andersluidend besluit kon leiden. Daarbij komt dat verweerder in de bezwaarfase, al dan niet naar aanleiding van het bezwaarschrift, ter beoordeling van de aanvraag, aan referent op 24 juli 2008 een vragenlijst heeft toegestuurd waarbij is verzocht om een garantverklaring alsmede een afschrift van de arbeidsovereenkomst en van een recente loonstrook. Verweerder heeft er daarmee blijk van gegeven dat hijzelf in bezwaar het onderzoek naar de aanvraag van eiseres (nog) niet volledig achtte. De rechtbank is van oordeel dat in het geval een procedure kennelijk zo is ingericht dat door verweerder eerst na bezwaar de zaak inhoudelijk wordt onderzocht, verweerder zichzelf de pas afsnijdt om dat bezwaarschrift vervolgens nog als kennelijk ongegrond aan te merken, behoudens zeer bijzondere omstandigheden in het individuele geval. Van dergelijke zeer bijzondere omstandigheden is in dit geval niet gebleken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard en op die grond ten onrechte referent niet in de gelegenheid heeft gesteld om op het bezwaar te worden gehoord. Bij een hoorzitting kan dan aandacht worden besteed aan de in de bezwaarfase aangevoerde omstandigheden in Nigeria, zoals de studie van eiseres, de werkzaamheden van referent en het ter zitting gestelde grondbezit van beiden in Nigeria, waarna verweerder de omstandigheden kan bezien en wegen in het licht van de wettelijke voorschriften. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren. Het bestreden besluit zal worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 Awb en artikel 7:2 Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl