Rb. 's-Gravenhage 28 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8716

Eisers bekering tot de baptistengemeente heeft plaatsgevonden op 29 mei 2005 en dateert derhalve van na het eerdere besluit van 31 januari 2003 en is daarmee een nieuw feit. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of op voorhand is uitgesloten dat dit nieuwe feit kan afdoen aan het eerdere besluit van 31 januari 2003. Nu tussen partijen niet in geschil is dat eiser is bekeerd tot de baptistengemeente en dat evangeliseren daardoor onlosmakelijk is verbonden met zijn geloof, kan verweerder naar het oordeel van de rechtbank zonder nadere motivering niet gevolgd worden in zijn standpunt dat in eisers geval bij terugkeer naar zijn land van herkomst geen sprake zal zijn van een ernstige belemmering van zijn leven, zoals omschreven in bovengenoemd beleid. Blijkens bovengenoemde informatie zijn de beperkingen voor eiser om zijn godsdienst te belijden als zeer streng aan te merken nu evangeliseren verboden is en niet in geschil is dat dit voor eiser verbonden is met het belijden van zijn geloof. Daarbij zal eiser gelet op de informatie in het ambtsbericht zijn geloof geheim moeten houden omdat hij anders strafbaar is, hetgeen gelet op bovenstaand beleid evenmin van hem verwacht mag worden. Gezien het vorengaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet op voorhand worden uitgesloten dat eisers bekering tot de baptistengemeente kan afdoen aan het eerdere besluit van 31 januari 2003. Beroep gegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen