Rb. 's-Gravenhage 14 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6192

Inkomstenbelasting, winst uit onderneming. De werkzaamheden die door of namens eiseres in het kader van de verhuur van kamers aan raamprostituees worden verricht, in samenhang bezien de verantwoordelijkheden van de exploitant respectievelijk beheerder van een raamprostitutie-inrichting, leiden tot de conclusie dat er sprake is van het drijven van een onderneming. De werkzaamheden gaan een normaal vermogensbeheer te boven. Dat de onderneming is gedreven voor rekening en risico van een ander dan eiseres, is niet aannemelijk gemaakt. Met het niet als zodanig opnemen in de aangiften IB/PVV is in ieder geval ten aanzien van de gemachtigde van eiseres sprake van kwade trouw. Deze kwade trouw van de gemachtigde rekent de rechtbank toe aan eiseres, zodat verweerder op die grond navorderingsaanslagen kan opleggen. De in de aangiften van eiseres ingenomen standpunten zijn niet zodanig pleitbaar dat dit in de weg staat aan de omkering van de bewijslast. Wel dienen de boetes te worden vernietigd, omdat verweerder niet aannemelijk maakt dat het aan (voorwaardelijk) opzet of grove schuld van eiseres zelf is te wijten dat de aanslagen tot te lage bedragen zijn vastgesteld en dat de aangiften onjuist zijn gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen