Rb. 's-Gravenhage 16 april 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2051

In beleid gestelde voorwaarde van maximale studieduur in strijd met Richtlijn 2004/114/EG (studierichtlijn, hierna: Richtlijn) / beroep gegrond / zelf in de zaak voorzien Ten aanzien van studenten bevat de Richtlijn minimumnormen. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit artikel 12, tweede lid, aanhef en onder b van de Richtlijn niet worden afgeleid dat het verweerder is toegestaan een maximale studieduur te hanteren. Krachtens dit artikelonderdeel kan de vergunning worden ingetrokken dan wel verlenging worden geweigerd bij onvoldoende studieresultaten. De vraag of de studieresultaten voldoende zijn impliceert een inhoudelijke, individuele beoordeling. Hieruit mag dan ook niet worden afgeleid dat een maximale studieduur kan worden gehanteerd. Het is immers niet uitgesloten dat in een individueel geval er sprake is van voldoende studieresultaten, terwijl de studieduur de door verweerder bepaalde maximumduur overschrijdt. Ook artikel 16 van de Richtlijn biedt geen grond om de verblijfsvergunning bij een bepaalde maximale studieduur niet te verlengen. Er wordt in dit artikel een opsomming gegeven van omstandigheden waarin de vergunning kan worden ingetrokken dan wel niet worden verlengd. Het bereiken van een maximale studieduur wordt daarin niet genoemd en is naar het oordeel van de rechtbank evenmin onder te brengen bij een van de daarin genoemde omstandigheden. Evenmin valt in te zien in hoeverre het uit de Richtlijn voortvloeiende tijdelijke karakter van de verblijfsvergunning verweerder de bevoegdheid geeft om wat betreft de studieresultaten strengere normen te hanteren dan de normen die voortvloeien uit de Richtlijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen