Rb. 's-Gravenhage 9 april 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2046

Ongewenstverklaring / art. 14 Besluit 1/80 / art. 28 Verblijfsrichtlijn / Prejudiciële vragen Erdil (C-420/08) Schorsing van de behandeling van het beroep De rechtbank is van oordeel dat art. 28 van de Verblijfsrichtlijn onvolkomen is geïmplementeerd in art. 8.22, lid 3, van het Vb en onderzoekt daarom rechtstreeks de toepasselijkheid van art. 28 van de Verblijfsrichtlijn in deze zaak betreffende een ongewenstverklaring van een Turks staatsburger die een verblijfsrecht ontleende aan Besluit 1/80. De rechtbank schorst de behandeling van het beroep en houdt iedere verdere beslissing aan in verband met de prejudiciële vragen van 23 september 2008 in de zaak Erdil (C-420/08). In deze vragen wordt het Hof van Justitie EG gevraagd of een Turks staatsburger, die de rechtspositie bezit van artikel 7 van Besluit 1/80 en sinds zijn geboorte in Duitsland woont, zich kan beroepen op de bijzondere verwijderingsbescherming ingevolge art. 28, lid 3, sub a, van de Verblijfsrichtlijn (2004/38/EG).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen