Rb. 's-Gravenhage 15 april 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1378
Eiser is op grond van artikel 59, eerste lid, onder a Vw 2000 in bewaring gesteld. Ingevolge het eerste lid van artikel 28 van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv), maakt de politie in het kader van het vreemdelingenrecht uitsluitend gebruik van de diensten van beëdigde tolken of vertalers. Nu gesteld noch gebleken is dat de verbalisant een beëdigde tolk is, noch sprake is van een met redenen omkleed besluit om van het eerste lid af te wijken, zoals ingevolge het vierde lid verplicht is, is gehandeld in strijd met artikel 28 van de Wbtv. Het enkele feit dat gehandeld is in strijd met artikel 28 van de Wet beëdigde tolken en vertalers, maakt de bewaring nog niet onrechtmatig. Beoordeeld dient te worden of de met de bewaring gediende belangen in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Gesteld noch gebleken is dat hetgeen als verklaring van eiser is opgetekend onjuist of onvolledig is. Het betoog van gemachtigde van eiser dat hij niet kan controleren of de verklaringen in bovengenoemd gehoor juist zijn, wordt verworpen. Het lag op de weg van de gemachtigde van eiser om eiser te vragen of de gegevens in het gehoor voorafgaande aan de inbewaringstelling juist waren.
De uitspraak op rechtspraak.nl