Rb. 's-Gravenhage 18 maart 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0777
Mondeling verzoek tot wraking ingevolge artikel 17 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften juncto artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering. De omstandigheid dat de kantonrechter bij aanvang van de zitting de door verzoekster aangevoerde gronden van beroep samenvatte en vervolgens kennis gaf van bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt, levert geen (schijn van) vooringenomenheid en aldus geen grond voor wraking op. Dat de kantonrechter vervolgens overging tot de inhoudelijke behandeling van de zaak strookt met artikel 13 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de wetsgeschiedenis en levert derhalve evenmin grond voor wraking op.
De uitspraak op rechtspraak.nl